thermocare - al meer dan 10 jaar toonaangevend

amorphophallus

Wat u moet weten over de amorphophallus

Amorphophallus is een geslacht van circa 170 soorten tropische, knolvormende, kruidachtige planten uit de aronskelkfamilie.

Het zijn planten uit het laagland, die groeien van West-Afrika tot op de eilanden in de Grote Oceaan. Ze komen niet voor in Amerika, hoewel daar wel een sterk gelijkend, maar niet nauw verwant geslacht voorkomt, Dracontium. De meeste soorten zijn endemisch. Ze verkiezen verstoorde gebieden zoals secundaire bossen.

De soorten hebben een bolvormige wortelstok. Vanuit de top van deze wortelknol ontspringt één blad, dat tot 1 meter lang kan worden. Als dit blad volgroeid is, volgt één bloem. Het blad bestaat uit een verticale bladsteel en een horizontaal blad, dat uit meerdere kleine deelblaadjes kan bestaan. Het blad houdt het maar één bloeiseizoen uit. De bloemsteel is afhankelijk van de soort kort of lang.

Zoals typisch voor de aronskelkfamilie, ontwikkelen ook deze soorten een bloeiwijze, die bestaat uit een langwerpig of ovaal schutblad (spatha), die gewoonlijk een bloeikolf (spadix) omgeeft. De bloeikolf kan verschillende kleuren hebben, maar is meestal wit-groen of bruin-paars. Aan de binnenkant bevatten ze randen of wratten, die als insectenvallen dienen.

De planten zijn eenhuizig. De bloeikolf bestaat uit kleine bloemen. Aan de onderkant zitten de vrouwelijke bloemen die uit niet meer dan een stijl bestaan. Daarboven zitten de mannelijke bloemen , die eigenlijk een groep meeldraden vormen. Aan de top zit een blank, steriel gebied. Dit bovenste gedeelte, dat de “appendix” wordt genoemd, bestaat uit steriele bloemen, die “staminodes” worden genoemd. De bloemen hebben geen bloemkroon.

Als het schutblad zich opent, moet de bestuiving dezelfde dag nog plaatsvinden. De appendix ruikt meestal naar rottend vlees, wat insecten aantrekt. Maar er bestaan ook soorten, die een aangename geur afgeven. Door een aantal ingenieuze insectenvallen, worden de bestuivende insecten opgesloten binnen het schutblad om stuifmeel op de vrouwelijke bloemen te deponeren. De vrouwelijke bloemen blijven één dag open, terwijl de mannelijke bloemen nog steeds gesloten zijn. De volgende dag gaan de mannelijke bloemen open en dan zijn de vrouwelijke bloemen niet meer ontvankelijk voor het stuifmeel. De mannelijke bloemen bedekken de gevangen insecten met stuifmeel. Zodra de insecten ontsnappen, kunnen ze een andere de bloemen van een andere plant bestuiven.

De bestoven bloemen vormen ronde bessen. Deze zijn afhankelijk van de soort wit, wit-geel, oranje, rood of blauw.